Een quiz maken in Office

Vrij eenvoudig kun je een quiz maken met multiple-choice vragen en die naar je leerlingen sturen. Hiermee kun je de leerlingen alvast laten oefenen met stof voor een toets. De resultaten van de ingevulde formulieren komen weer terug naar jouw formulieren en daar kun je de resultaten uitlezen.

Microsoft Forms is een nieuw onderdeel van Office 365 Education waarmee docenten en leerlingen/studenten snel en eenvoudig aangepaste toetsen, enquêtes, vragenlijsten, registraties en meer kunnen maken. Wanneer je een formulier maakt, kun je anderen uitnodigen om dit in te vullen via een webbrowser, zelfs op mobiele apparaten. Zodra de resultaten zijn ingediend, kunt je de ingebouwde analyse gebruiken om de antwoorden te evalueren.

De forms zijn bereikbaar met de volgende url: https://forms.office.com
Je komt dan automatisch bij je eigen formulieren wanneer je ingelogd bent op portal.office.com

Formuliergegevens, zoals toetsresultaten, kunnen eenvoudig worden geëxporteerd naar Excel voor aanvullende analyse of beoordeling.

Augmented Reality in de DIMI

De komende dinsdag gaan de leerlingen tijdens de DIMI kennismaken met de Augmented Reality app van Layar.
Layar is een Amsterdams bedrijfje dat inmiddels is opgekocht door een grotere speler op het gebied van verrijking van content.

Het werkt als volgt:

Stap 1: De App downloaden op je telefoon. Vervolgens foto’s maken van je Land-art en deze foto’s uploaden naar de gemeenschappelijke Layar-account.

Stap 2: In de online-applicatie van Layar voeg je knoppen toe waarmee je andere webpagina’s of afbeeldingen kunt openen.

Stap 3: Door met de Layar-app het object waar je eerder een foto van maakte in het vizier te nemen, vraag je aan de server van Layar de knop die jij online eroverheen hebt geplakt, nu in het scherm van je mobiel te laden.

Dit is Augmented Reality.

Geen plannen van bovenaf

Volgens de Nationale Onderwijskrant, in het nummer van september 2016, vindt de bestuurder van de grootste school van Rotterdam, “het van groot belang dat mensen werkend in het onderwijs ook eigenaarschap ervaren!”

“Met de vaardigheden als fundament, draait het om de intrinsieke motivatie. Gun het de kinderen, jonge mensen, de wereld zelf te ontdekken.”

De keuze om verantwoordelijkheden zo laag mogelijk te leggen in de school hoort bij de school van morgen.

Op bladzijde 8 in hetzelfde krantje staat: “Waar de leraar kennis wil overdragen vanuit zijn of haar passie en bezieling, is dit in de praktijk verworden tot overdracht van kennis van een onderwijsproducent aan een onderwijsconsument op basis van doelmatigheid, efficiency en een opgelegde onderwijsmethodiek.”

Dat zit ik in de klas ook weleens te denken wanneer de leerlingen met een zekere gelatenheid binnenkomen. Het is een behoorlijke inspanning om uit dit stramien te stappen en iets dat we misschien gezamenlijk zouden kunnen doen.

Niets geheimzinnigs aan code

“Als je een beetje kan programmeren lijk je al gauw een tovenaar,” is een beroemde uitspraak van iemand die rijk geworden is hiermee.
Nu hij wat ouder geworden is realiseert hij zich dat de mythe rond code schrijven opgeheven moet worden.

Hij heeft het als zijn persoonlijke taak gemaakt om jonge mensen te stimuleren zelf code te gaan schrijven en er is tegenwoordig genoeg om dit allemaal zelf te kunnen doen.
We hebben Scratch, we hebben Arduino’s. Het is alleen niet zo gemakkelijk om je eigen motor te zijn met al deze leuke materie.

Gelukkig beginnen ze op scholen steeds beter te begrijpen dat programmeren een vaardigheid is die belangrijk is en gelukkig staat het curriculum voor programmeren niet zo vast als voor alle andere vakken.

Renewable energy

We hebben op onze school een propeller staan waarmee we zelf energie op kunnen wekken. Het bewijs dat het ook wat oplevert kunnen we aflezen op het scherm naast de portiersloge op het DaVinci.

Is het nu ook zo dat we deze energie binnen onze school gebruiken, zitten er ook apparaten op aangesloten in onze school? Kan de concierge een printje maken met deze zelf opgewekte stroom?

Volgens experts op het gebied van energie gaan wij als consument steeds meer zelf onze energie opwekken en wat wij teveel hebben gaan wij leveren aan het grotere netwerk waarop de grote energieproducenten aangesloten zijn.

De universele taal

We kijken er niet meer naar, maar we zijn omgeven door stroom en stromen. Onzichtbaar en zichtbaar. Overal zijn stopcontacten waar we onze apparatuur op aan kunnen sluiten en overal worden gegevens verzonden die we met deze apparatuur op kunnen vangen.

Beseffen we dat deze apparatuur kan draaien op data die onzichtbaar door de ruimte wordt verzonden? Dat de stroom waar deze apparaten op aangesloten worden gereguleerd wordt door dezelfde apparaten? Zien we wel dat code, die door deze apparaten gelezen kan worden, deze stromen manipuleren?

Duidelijk is dat we grote aantallen mensen nodig hebben die dit allemaal op zijn minst kunnen begrijpen.
De tijd dat deze kennis alleen voor de mensen is die een aanleg hebben hiervoor is voorbij. We moeten deze taal van machines zo breed mogelijk beschikbaar maken omdat de wereld anders opgedeeld wordt in hen die het wel kunnen en zij die het denken niet te kunnen.

Wie had ooit gedacht dat machines onze eerste universele taal op aarde zouden spreken.

TechScience komt op stoom

Dit jaar pakken we het anders aan. We willen minder stof en wat meer nauwkeurigheid omdat nauwkeurigheid trots geeft en voldoening over wat je maakt. Dat willen we deze jonge kinderen geven die al helemaal gek geworden gemaakt met wat ze allemaal kunnen doen in deze haastige wereld.

We gaan gewoon met de handzaag en de figuurzaag aan de slag omdat de machinezaag toch teveel stof oplevert maar ook veel onnauwkeurigheid en daarmee materiaalverlies en ook een zekere zorgeloosheid bij de leerlingen.
Het is een lastige keuze want waarom mocht het vorig jaar wel en nu ineens niet, is de vraag,
“Omdat het slecht is voor jullie gezondheid en omdat ik graag wil dat jullie leren zorgvuldiger te werken. Dat geeft uiteindelijk ook veel meer plezier.”

Op een of andere manier heb ik hen weten te overtuigen. En gezien hun werkstukjes, zij mij ook.

Arduino’s in de dimi

We wilden een weerstation maken met een Arduino en hadden hiervoor enkele sensoren voorbereid als ook een klokmodule en een module die het mogelijk maakt om de Arduino heel simpel aan te sluiten op een LCD-scherm waar de gemeten waarden dan vanaf gelezen kunnen worden.

Daarvoor hadden we de tutorial gekregen van degene die ook de Arduino’s aan ons levert.

Met acht leerlingen gingen we enthousiast aan het werk en dachten dat we de klus wel zouden klaren in anderhalf uur. En inderdaad lukte het ons ook om de klokmodule en het LCD-scherm te laten werken. We hadden echter geen tijd meer om de sensoren aan te sluiten en deze data te laten verzenden.

Hierboven zien we de Arduino en hiernaast de bouwtekening van het circuit dat we aan het bouwen zijn.

Het is ongelofelijk spannend spul en de jongelui zijn gedreven om er ook iets voor elkaar mee te krijgen en ik ga mij sterk maken om deze apparatuur standaard in ons Curriculum te krijgen. Je leert ervan programmeren maar je leert ook de applicatie op de computer als ook de fysieke applicatie van de Arduino en de draadjes en ander toebehoren te snappen. Het belangrijkste is echter dat je leert dat je dingen kunt maken waarmee je dingen kunt doen.

De tweede Junior Innovation Challenge

Er was nog een vervolg op de cursus die klas 2T de vorige week kreeg van twee enthousiaste begeleiders. De jongelui moesten nu zelfstandig aan de slag om verder te werken aan hun goede ideeen. Het zou ook wel een beetje jammer zijn wanneer een cursus als deze in onachtzaamheid voorbijgaat, waardoor het bij de jongelui ook niet beklijft.

Daarom heb ik een computerlokaal gereserveerd in het Jan van Egmond College en ben met hen verder gegaan.

Vooral de meisjes hadden goed uitgewerkte apps en andere toepassingen bedacht en waren druk bezig om deze uit te tekenen in Paint en deze op de site van de Junior Innovation Challenge te zetten.
De jongens hadden wat meer aansporing nodig. Misschien ook wel omdat hun ideeen wat ‘onmogelijker’ waren.
Dit onmogelijke was echter ook de bedoeling achter deze workshop.

Op de site van de workshop zagen we al een hele hoop leuke plannen van leerlingen van ook andere scholen en wat mij opviel was dat er veel van de laatste technologie in verwerkt was.
Dit geeft toch aan dat leerlingen meenemen in hun innovaties wat ze om zich heen zien. Ook duurzaamheid blijkt belangrijk voor de kinderen.

Hieronder zien wij een pagina waarop andere leerlingen hun innovaties pitchen voor de camera.

Innovatie in TechScience

Niemand weet het maar in TechScience hebben we van het Jet-net een project aangeboden gekregen en dat is de Junior Innovation Challenge. Na een hoop heen en weer gemail en een computerlokaal dat wij op het laatste moment nog hebben gekregen van Jacco, komen twee cursusleiders de groep leerlingen uit de tweede begeleiden.

Het gaat volgens een vast pad; de leerlingen wordt eerst verteld wat innovatie precies is en vervolgens worden zij aan het werk gezet met het bedenken van een eigen innovatie. Dit gaat zo: eerst bedenken waar je tegen een probleem aanloopt en vervolgens een innovatie bedenken waarmee je dit probleem op kunt lossen. Je maakt daarbij gebruik van bestaande techniek maar mag ook iets ‘onmogelijks’ bedenken.

Het onmogelijke bedenkt Jort, een wat stille jongen in de klas, en erg gehecht aan de computer. Het ene idee na het andere bedenkt hij.
Een plan om nooit meer je boeken te vergeten wanneer je naar school gaat.
Een matras waarbij je koel ligt.
Een deken waarbij je koud gehouden wordt in plaats van warm.

“Ik kan niet slapen wanneer ik het te warm heb,” legt hij uit.

Zijn beste idee is echter het volgende: Een fiets die tegen de wind in kan.

“Ik wil een fiets maken die gebruik maakt van tegenwind door de wind om te draaien naar wind mee.”
Dat lijkt mij een goed idee en ook bijna een filosofische gedachte.
Jort’s ogen lichten op wanneer hij dit vertelt.

De cursusleider komt langs en neemt het idee van Jort in beschouwing.
“Het beste idee dat erbij zit,” hoor ik hem zeggen tegen Jort.